Veerkracht als kompas in tijden van onmacht
In het vliegtuig richting Egypte, onderweg om hulp te bieden aan Palestijnse vluchtelingen in en rondom Caïro, stuit ik op een woord. Niet in de krantenkoppen. Niet in de officiële verklaringen. Maar op een vlag. Een karavaan. Een beweging.
Sumud.
Ik las: “De veerkracht van een onderdrukte bevolking.”
Een simpele definitie. Maar waarom dan een karavaan met honderden wagens? Waarom dat woord op vlaggen, op posters, in stemmen?
In een video spreekt een man van Algerijnse komaf: “Mogen ze ons vergeven. Voor het wegkijken van vijftig jaar. Zestig jaar. We hebben stilgezeten en gefaald. Maar nu bewegen we. Nu komen we eraan.”
En tegelijkertijd, op mijn telefoon, ontvang ik een bericht van een geliefde arts uit Al Mawasi, Gaza: “I would love to share the good news with you that we are hosting an orphans event just now…”
Terwijl voedselcentra worden gebombardeerd, beschoten. Terwijl nieuwsberichten enkel de doden noemen. Terwijl de wereld zwijgt.
Toch vieren zij. Toch leven zij. Toch gaan zij door.
Met vreugde, met pijn, met een onuitputtelijke kracht.
Sumud. Nu begin ik het te begrijpen.
In Nederland kennen we zulke woorden niet. Niet echt. Wij leven relatief veilig. Wij rouwen op afstand. Doneren soms wat.
Een paar weken terug deden we een 24-uurs uitzending voor een school in Ghana. En daar leerde ik een ander woord: Sankofa.
Een Ghanees symbool – een vogel die achterom kijkt.
Het betekent: “Ga terug en haal het.”
Verloren wijsheid. Vergeten lessen.
Terugkijken, niet om te blijven hangen, maar om de toekomst te begrijpen.
We moeten durven terugkijken.
Naar ons verleden. Naar onze keuzes. Naar onze stiltes.
Wat hebben we geleerd van onze strijd?Waarvoor streden onze voorgangers – de Soldaat van Oranje, Henry Dunant, Nelson Mandela, Martin Luther King, Muhammad Ali?
Wat is er over van hun principes? Wat is er over van onze?
Toen ik landde in Egypte, kreeg mijn verhaal een andere wending.
Ik werd gedeporteerd.
Ik mocht de hulp niet verlenen.
Geen interviews, geen beelden, geen verhalen.
De Nederlandse ambassade kon niets betekenen.
De hulpgoederen zijn niet aangekomen.
De stemmen zijn niet gehoord.
Het deed pijn.
Maar… Sumud.
De veerkracht van een volk dat weigert gebroken te worden.
Hun strijd inspireert.
We gaan terug. Als het niet vandaag is, dan morgen.
Want als zij blijven staan – ondanks alles – dan is het minste wat wij kunnen doen: niet opgeven.
Sumud vraagt iets van ons.
Net als Sankofa.
Twee woorden uit andere werelden, die ons exact vertellen wat we hier lijken te zijn vergeten:
Blijf kijken. Blijf leren. Blijf bewegen.
Wat wij missen in ons vocabulaire, missen we vaak ook in onze politiek, in ons beleid, in onze daadkracht.
Misschien moeten we woorden lenen, als we zelf niets meer vinden om op te staan.
Vanuit Istanbul, waar ik naar gedeporteerd werd, vlieg ik straks terug naar Amsterdam. Maar geloof me – wat er niet mocht landen, zal wel blijven bewegen.
Want stoppen is geen optie.
Niet nu. Niet weer.
Sumud.




