Waar is het hart van de Universiteit Utrecht?
Op een binnenplaats van de Universiteit Utrecht verblijven al meer dan twaalf dagen studenten in vreedzaam protest. Geen megafoons, geen leuzen die de lucht doorboren. Dit zijn studenten die in stilte de vlam van principes bewaken, een vlam die in tijden van onrecht en polarisatie eerder lijkt te doven dan te ontvlammen.
Ik was uitgenodigd om een ’teaching’ te geven. Crisismanagement, besluitvorming tijdens crisismomenten, de ethiek van leiderschap; theorieën waar ik jaren over heb geleerd, maar die in het niets leken te vallen bij de onverzettelijkheid en zelfredzaamheid van deze jonge mensen. Ik kwam daar aan, op die zogenaamde ‘binnenplaats’, spaarzame infrastructuur viel direct op. Tenten waar studenten in verblijven, een hoekje genaamd ’take what you need’ met water en voedsel, een ‘woonkamer’ met een bank die niet overdekt is, en een ‘openlucht wc’. De toestemming van de Universiteit Utrecht beperkte zich tot een kale betonnen plek. Geen toegang tot wc’s, geen water, geen basisvoorzieningen. Wrang is dat de Universiteitsbibliotheek overdag gewoon open is, maar deze studenten mogen er niet in. Ze staan buiten, letterlijk en figuurlijk. Hoe kun je als instelling zeggen dat je protest ondersteunt, tegelijkertijd de basisvoorwaarden van menselijkheid ontneemt?

Ethiek is zelden zwart-wit. Toch voelt het besluit van het College van Bestuur hard en ongenuanceerd. Het protest van de studenten is vreedzaam en georganiseerd. Waarom worden ze behandeld als lastposten?
De lezing ging door. Om 22:00 uur, in de schemering, met een beamer en een tentdoek als scherm. Op geïmproviseerde wijze creëerden ze een collegezaal van niets. De trappen naar de ondergrondse fietsenstalling werden ingericht als collegezaal. Het was koud en de wind blies omarmend. De studenten hadden dekens en slaapzakken, gehuld in hun vastberadenheid om te luisteren. Ik sprak over crisismanagement, over leiderschap tijdens moeilijke momenten. Maar wat ik vooral leerde, was dat al mijn theorieën verbleekten bij de kracht van deze studenten. Hier stonden leiders, geboren leiders, die zonder diploma al meer wisten van rechtvaardigheid dan menig bestuurder met een titel.
Aan het College van Bestuur: heroverweeg dit besluit. Dit gaat niet alleen over water of wc’s, dit gaat over menselijkheid. Over luisteren naar je studenten, over respect voor vreedzaam verzet. Vandaag zou het gesprek plaatsvinden tussen de studenten en het College van Bestuur. Het werd afgezegd, zonder duidelijke reden. Enkele uren later volgde een bezetting van het gebouw aan de Drift. Een harde roep om gehoord te worden, nadat dialoog wederom werd genegeerd. Dit gaat verder dan een binnenplaats; dit gaat over rechtvaardigheid, over gehoord worden. Een universiteit hoort aan de kant van rechtvaardigheid te staan, niet bij de uitsluiting.
Vanmiddag bezetten de studenten het gebouw zonder iets te beschadigen, zonder agressie. Het College van Bestuur kwam niet opdagen. De voorzitter, Anton Pijpers, gaf aan morgen te willen spreken, maar vandaag niet. Veiligheid kon niet worden gegarandeerd, werd er gezegd. En dus werd er ingegrepen, politie en ME werden ingeschakeld. Een agent gebruikte geweld tegen een student, maar werd daarop direct aangesproken door zijn collega’s: Chris en Freek. Respect voor deze agenten, die de menselijkheid niet verloren. De gewelddadige agent? Die komt ermee weg, zoals meestal het geval is.
Pijpers verscheen later met een megafoon in de hand. Niet om dialoog te voeren, maar om de studenten te gebieden het gebouw voor 18:00 te verlaten en de schade te vergoeden. Weer ging het over geld, over macht. Geen gesprek, geen begrip. Wat heeft dit te maken met educatie? Met wetenschap? Met de kern van waar hij voorzitter van is?
Denk met je hoofd, maar handel met je hart. Wees mens, in plaats van enkel bestuurder.
Totdat principes niet langer vervagen maar weer vlam vatten.

