Wanneer journalistiek framing wordt – tijd voor een ethische reset
Het begon met een gesprek. Geen spannend debat of pittig interview, gewoon een rustige uitwisseling met Gijs Sanders, een jonge onderzoeksjournalist. Hij stelde me een paar scherpe vragen over journalistieke ethiek. Wat me het meest raakte, was niet zozeer wat hij zei, maar hoe. Kalm, maar resoluut. Hij zou zich, wat er ook gebeurt, altijd blijven houden aan de principes van zijn vak: transparantie, onpartijdigheid, en de weigering zich te laten sturen in hoe hij zijn verhaal brengt. Niet als moreel superioriteitsgevoel – maar als interne kompasrichting.
Dat bleef hangen.
Want wat zegt het dat ik zó verrast was door zijn houding? Waarom is integriteit een uitzondering geworden – en niet de norm?
Die verwondering bracht me uiteindelijk naar een online cursus bij NBC: The Fundamentals of Journalism. Daar leerde ik over het F.A.I.T.H.-principe: fair, accurate, inclusive, transparent, honest. Mooie woorden. Maar eerlijk? In het Nederlandse medialandschap zie ik ze zelden terug als collectieve standaard. Zeker niet wanneer het schuurt.
Framing als standaard, nuance als uitzondering
Wat me sindsdien opvalt, is hoe subtiel framing zich heeft genesteld in ons taalgebruik. Een protest tegen overheidsbeleid wordt ‘onrust’. Maar een protest vóór het dominante narratief heet dan ineens ‘een massale opkomst’. Geen enkel woord is neutraal. En juist in de media, waar elk woord telt, is dat geen detail – het is richting.
Neem het voorbeeld van de SGP, die onlangs een motie steunde waarin stond dat vrouwen hun politieke ambities moesten overwegen ‘met inachtneming van haar door God gegeven plaats’. Een bizarre formulering. En toch: nauwelijks media-aandacht. Ik kan me niet voorstellen dat een islamitische partij met exact die woorden weg zou komen. Dan zouden de headlines anders klinken. De toon feller. De verontwaardiging collectief.
Dat is niet alleen selectieve framing, dat is ook morele willekeur.
Waar zijn we de journalistieke ethiek kwijtgeraakt?
Toen ik de BBC-analyse las over hun verslaggeving van Gaza, schrok ik. Objectieve data, één jaar aan uitzendingen. En wat bleek? Israëlische doden kregen gemiddeld 33 keer meer aandacht per slachtoffer dan Palestijnse doden – terwijl het dodental aan Palestijnse zijde 34 keer hoger lag. Termen als ‘massacre’ werden 18 keer vaker op Israëliërs toegepast. Genocideclaims van Palestijnse zijde werden actief genegeerd. En presentatoren deelden elf keer vaker Israëlische standpunten dan Palestijnse. Dat is niet gebalanceerde journalistiek. Dat is gecoördineerde blindheid.
En ook in Nederland zie ik het terug. Zoals het al bleek van een artikel van BNNVARA van 2017 is er sprake van framing in de berichtgeving van NOS – overdadige nuance bij witte daders (‘verwarde man’) tegenover harde typering bij moslims (‘terrorist’). Racistische motieven tussen aanhalingstekens bij de een, zonder twijfel gepresenteerd bij de ander. Je hoeft geen mediacriticus te zijn om te zien: dit is niet objectief. Dit is een patroon.
Van waakhond naar schermvulling
Wat me misschien nog het meest pijn doet, is de verschuiving van journalistiek naar performance. Van nieuwsgierigheid naar sturing. Presentatoren die framing in hun vraagstelling verwerken. Talkshows die meer regisseren dan onderzoeken. Selectieve stilte die meer zegt dan welk statement ook.
Niet alleen wat er gevraagd wordt, maar vooral hoe.
Kijkers worden in een moreel kader geleid nog vóór ze het hele verhaal kennen. Gasten worden in een hoek gedrukt waar ze zich moeten verhouden tot een suggestie – in plaats van een open vraag. Journalistiek lijkt soms meer op theater dan op waarheidsvinding.
En dat is niet onschuldig.
Journalistiek als publieke dienst, niet als branding
In crisismanagement heb ik geleerd dat elke zin telt. Elk woord kan paniek veroorzaken – of rust brengen. Daarvoor bestaat een ethisch kompas. Ik was dan ook verbaasd dat in journalistiek zo’n kompas vaak wordt afgedaan als luxe, als iets idealistisch.
Maar dat is het niet.
Ethische journalistiek is geen luxe. Het is een plicht.
Ik ben niet naïef. Ik weet dat commerciële druk meespeelt. Dat adverteerders invloed hebben. Dat snelheid belangrijker wordt dan duiding. Maar juist daarom is het zo urgent dat we teruggaan naar de basis. Dat we transparant maken hoe nieuws tot stand komt. Dat we onze framing benoemen. En dat we verantwoordelijkheid nemen, ook als dat ongemakkelijk is.
Want zodra journalistiek haar waakhondfunctie verliest, ontstaat ruimte voor politieke misbruik. Framing wordt dan geen bijproduct, maar een bewuste strategie. Controle over het narratief wordt controle over gedrag – over stemmen, over vertrouwen, over het publieke geheugen. Tijdens een recent event zag ik een presentatie met de titel ‘Uit het Handboek Grijp de Macht’. Eén van de eerste stappen? Maak media verdacht. Zet ze onder toezicht. Sluit ze. Het is geen theorie. Het is een routekaart – en het begint bij zwijgende journalistiek.
Als je macht controleert, kies je partij
Vaak hoor ik dat journalistiek neutraal moet blijven. Maar ik ben het daar niet mee eens. Zoals ik ooit leerde in de cursus: onpartijdigheid is niet hetzelfde als passiviteit. Wie macht controleert, kiest partij. Wie onrecht benoemt, is niet objectief – en hoeft dat ook niet te zijn.
Zoals Tim Hofman treffend zei: “Journalistiek is per definitie activistisch.” En ik geloof hem.
Of zoals CNN-presentatrice Christiane Amanpour het verwoordde:
“There are some situations one simply cannot be neutral about, because when you are neutral you are an accomplice. Objectivity doesn’t mean treating all sides equally. It means giving each side a hearing.”
Neutraliteit is geen ethisch schild als het onrecht verhult. Dan wordt het een vorm van wegkijken.
We moeten af van het idee dat waarheid altijd ‘ergens in het midden ligt’. Soms is er een onevenwicht. Soms is nuance misplaatst. Soms is framing een actieve vorm van misleiding.
Mijn oproep, als crisismanager en burger
Aan journalisten:
- Toets je werk aan NVJ code of een ander betrouwbare raamwerk zoals F.A.I.T.H.
- Breng context, niet alleen quotes.
- Benoem je framing. Erken je beperkingen.
- Durf verantwoordelijkheid te nemen, óók als dat schuurt.
Aan burgers, aan kijkers, aan mijzelf:
- Laat je niet geruststellen door een vriendelijke toon of bekend gezicht.
- Stel vragen. Niet alleen over wat je hoort – maar ook over wat je níét hoort.
- En vooral: wees kritisch, ook als het nieuws jouw overtuiging bevestigt.
Want journalistiek zonder ethiek is geen informatie meer. Het is desinformatie – in nette verpakking.
En als we dan toch niet iedereen tevreden kunnen houden in een gepolariseerd landschap: kies dan in elk geval voor een ruggegraat. Voor principes. Voor transparantie.
En stel jezelf één simpele vraag:
Als journalistiek bepaalt wat we zien, wie bepaalt dan wat we voelen? En wat betekent dat – als we niet meer durven kijken?



